Enduo, G1746, 24x =  om- bekleden met bekleding.
Mattheüs 6:25; Lukas 12:22
Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult;
noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult;
is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding?
Mattheüs 22:11
En als de koning ingegaan was, om de aanzittende gasten te overzien,
zag hij aldaar een mens, niet gekleed zijnde met een bruiloftskleed;
Mattheüs 27:31; Marcus 15:20
En toen zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den mantel af, en deden Hem Zijn klederen aan,
en leidden Hem heen om te kruisigen.
Marcus 1:6
En Johannes was gekleed met kemelshaar, en met een lederen gordel om zijn lenden,
en at sprinkhanen en wilde honig.
Marcus 6:9
Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen twee rokken gekleed zijn.
Lukas 15:22
Maar de vader zeide tot zijn dienstknechten:
Brengt hier voor het beste kleed, en doet het hem aan,
en geeft hem een ring aan zijn hand, en schoenen aan de voeten;
Lukas 24:49
En ziet, Ik zende de belofte Mijns Vaders op u; maar blijft gij in de stad Jeruzalem,
totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte.
Handelingen 12:21
En op een gezetten dag, Herodes, een koninklijk kleed aangedaan hebbende,
en op den rechterstoel gezeten zijnde, deed een rede tot hen.
Romeinen 13:12-14
De nacht is voorbijgegaan,
en de dag is nabij gekomen.
Laat ons dan afleggen de werken der duisternis,
en aandoen de wapenen des lichts.
Laat ons, als in den dag,
eerlijk wandelen;
niet in brasserijen en dronkenschappen,
niet in slaapkameren en ontuchtigheden,
niet in twist en nijdigheid;
maar doet aan den Heere Jezus Christus, en
verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden.
1 Korinthiërs 15:53-54
Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen,
en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.
en wanneer dit verderfelijke zal onverderfelijkheid aangedaan hebben,
en dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aangedaan hebben,
alsdan zal het woord geschieden, dat geschreven is:
De dood is verslonden tot overwinning.
2 Korinthiërs 5:3
Zo wij ook bekleed en niet naakt zullen gevonden worden.
Galaten 3:27
Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan.
Efeziërs 4:24
En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.
Efeziërs 6:11
Doet aan de gehele wapenrusting Gods,
opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels.
Efeziërs 6:14
Staat dan, uw lenden omgord hebbende met de waarheid,
en aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid;
Kolossensen 3:10-14
10. En aangedaan hebt den nieuwen mens,
die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft;
Waarin niet is Griek en Joodbetekent .. 11.
besnijdenis en voorhuid,
barbaar en Scyth,
dienstknecht en vrije;
maar Christus is alles en in allen.
12. Zo doet dan aan,
als uitverkorenen Gods,
heiligen en
beminden,
de innerlijke bewegingen der barmhartigheid,
1. goedertierenheid,
2. ootmoedigheid,
3. zachtmoedigheid,
4. lankmoedigheid; 13.
5. verdragende elkander, en
6. vergevende de één den anderen,(«-»Ef 4:32)
zo iemand tegen iemand [enige] klacht heeft;
gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, [doet] ook gij alzo. 14.
en boven dit alles [doet aan]
7. de liefde,
dewelke is de band der volmaaktheid. 15. en
de vrede Gods heerse in uw harten,
tot welken gij ook geroepen zijt in één lichaam; en
8. weest dankbaar.
1 Thessalonicensen 5:8
Maar wij, die des daags zijn, laat ons nuchteren zijn,
aangedaan hebbende het borstwapen des geloofs en der liefde,
en tot een helm, de hoop der zaligheid.
Openbaring 1:13
En in het midden van de zeven kandelaren Een,
den Zoon des mensen gelijk zijnde, bekleed met een lang kleed tot de voeten,
en omgord aan de borsten met een gouden gordel;
Openbaring 15:6
En de zeven engelen, die de zeven plagen hadden,
kwamen uit den tempel, bekleed met rein en blinkend lijnwaad,
en omgord om de borst met gouden gordels.
Openbaring 19:14
En de heirlegers in den hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed met wit en rein fijn lijnwaad.
Apotithemi, G659, 8x = wegdoen
Handelingen 7:58
En wierpen hem ter stad uit, en stenigden hem;
en de getuigen legden hun klederen af aan de voeten eens jongelings, genaamd Saulus.
Romeinen 13:12
De nacht is voorbijgegaan, en de dag is nabij gekomen.
Laat ons dan afleggen
de werken der duisternis,
en aandoen de wapenen des lichts.
Efeziërs 4:22
Te weten dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling,
den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding;
Efeziërs 4:25
Daarom legt af
de leugen, en spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste;
want wij zijn elkanders leden.
Kolossensen 3:8
Maar nu legt ook gij dit alles af, namelijk
06. gramschap,
07. toornigheid,
08. kwaadheid,
09. [gods]lastering,
Hebreeën 12:1
Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende,
laat ons afleggen
allen last, en
de zonde, die ons lichtelijk omringt,
en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is;
Jakobus 1:21
Daarom, afgelegd hebbende
alle vuiligheid en
overvloed van boosheid,
ontvangt met zachtmoedigheid het Woord, dat in u geplant wordt,
hetwelk uw zielen kan aligmaken.
1 Petrus 2:1
Zo legt dan af
alle kwaadheid, en
alle bedrog, en
geveinsdheid, en
nijdigheid, en
alle achterklappingen;