Epouranios, G2032, 20x,  Epi, G1909, 790x = boven,
1. bovenhemel(se) (boven de hemel = ouranos)
Hsv: hemelse gewesten, SW: ophemelsen
SV: hemelse, hemel, lucht
MatthťŁs 18:35
Alzo zal ook Mijn hemelse Vader u doen,
indien gij niet van harte vergeeft een iegelijk zijn broeder [zijn misdaden].
Johannes 3:12
Indien Ik ulieden de aardse dingen gezegd heb, en gij niet gelooft,
hoe zult gij geloven, indien Ik ulieden de hemelse [dingen] zou zeggen?
1 Korinthe 15:40,48,49
En er zijn hemelse lichamen, en er zijn aardse lichamen;
maar een andere is de heerlijkheid der hemelse, en een andere der aardse.
Hoedanig de aardse [is], zodanige zijn ook de aardsen;
en hoedanig de hemelse [is], zodanige zijn ook de hemelsen.
En gelijkerwijs wij het beeld des aardsen gedragen hebben, [alzo]
zullen wij ook het beeld des Hemelsen dragen.
…feze 1:3,20enkel in Efeze
Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus,
Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus.
Die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de doden heeft opgewekt;
en heeft [Hem] gezet tot [in] Zijn rechter [hand] in den hemel
…feze 2:6
En heeft [ons] mede opgewekt, en heeft [ons] mede gezet in den hemel in Christus Jezus;
…feze 3:10
Opdat nu, door de Gemeente,
bekend gemaakt worde aan de overheden en de machten in den hemel
de veelvuldige wijsheid Gods;
…feze 6:12
Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed,
maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld,
der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in den hemellucht.
Filippenzen 2:10
Opdat in den Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen,
die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.
2 TimůtheŁs 4:18
En de Heere zal mij verlossen van alle boos werk, en ewaren tot Zijn hemels Koninkrijk;
Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
HebreeŽn 3:1
Hierom, heilige broeders, die der hemelse roeping deelachtig zijt,
aanmerkt den Apostel en Hogepriester onzer belijdenis, Christus Jezus;
HebreeŽn 6:4-6
Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht geweest zijn,
en de hemelse gave gesmaakt hebben,
en des Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn,
en gesmaakt hebben het goede woord Gods,
en de krachten der toekomende eeuw,
en afvallig worden, [die], [zeg ik],
wederom te vernieuwen tot bekering,
als welke zichzelven den Zoon van God wederom kruisigen en openlijk te schande maken.
HebreeŽn 8:5
Welke het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen dienen,
gelijk Mozes door Goddelijke aanspraak vermaand was, als hij den tabernakel volmaken zou:
Want zie, zegt Hij, dat gij het alles maakt naar de afbeelding, die u op den berg getoond is.
HebreeŽn 9:23 
Zo was het dan noodzaak, dat wel de voorbeeldingen der dingen, die in de hemelen zijn,
door deze dingen gereinigd werden,
maar de hemelse dingen zelve door betere offeranden dan deze.
HebreeŽn 11:16
Maar nu zijn zij begerig naar een beter, dat is, naar het hemelse.
Daarom schaamt Zich God hunner niet, om hun God genaamd te worden;
want Hij had hun een stad bereid.
HebreeŽn 12:22
Maar gij zijt gekomen tot den berg , en de stad des levenden Gods,
tot het hemelse Jeruzalem, en de vele duizenden der engelen;
Ouranos, G3772, 264x
1. de gewelfde uitgestrektheid van de hemel met alle dingen die erin zichtbaar zijn
het universum, de wereld
de hemel of lucht,
het gebied waar de wolken en de stormen samenkomen,
waar donder en bliksem worden geproduceerd
de siderische of sterrenhemel
2. het gebied boven de siderische hemelen,
de zetel van de orde der dingen,
eeuwig en consummatisch volmaakt,
waar God woont en andere hemelse wezens
o.a. MatthťŁs 7:21:
Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen,
maar die daar doet den wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is.
Markus 13:25
En de sterren des hemels zullen daaruit vallen, Ö
Mark 16:19 [Luk 24:50-51; Hand 1:9; Joh 6:62; Hand 1:2; 1Tim 3:16]
De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in den hemel,
en is gezeten aan de rechter [hand] Gods.
Joh 3:13
En niemand is opgevaren in den hemel, dan Die uit den hemel nedergekomen is, [namelijk]
de Zoon des mensen, Die in den hemel is.
1 Kor 15:47
De eerste mens is uit de  aarde, aards; de tweede Mens is de Heere uit den Hemel.
Efez 1:10
Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot ťťn te vergaderen in Christus,
beide
dat in den hemel is, en
dat op de aarde is;
Efeze 6:9
En gij heren, doet hetzelfde bij hen, nalatende de dreiging;
als die weet, dat ook uw eigen Heere in de hemelen is,
en [dat] geen aanneming des persoons bij Hem is
Hebr 11:12
Daarom zijn ook van een, en dat een verstorvene, [zovelen] in menigte geboren,
als de sterren des hemels, en als het zand, dat aan den oever der zee is, hetwelk ontallijk is.
Jak 5:18
En hij bad wederom, en de hemel gaf regen, en de aarde bracht haar vrucht voort.
2 Petr 3:13
Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde,
in dewelke gerechtigheid woont.
1 Joh 5:7  
Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel,
de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Eťn.
Openb 21:10
En hij voerde mij weg in den geest op een groten en hogen berg, en hij toonde mij de grote stad,
het heilige Jeruzalem, nederdalende uit den hemel van God.
Aer, G109, 7x = Lucht, om in de ademen, frisse (noorden)wind.
Handelingen 22:23
En als zij riepen, en de klederen van zich smeten, en stof in de lucht wierpen;
1 KorinthiŽrs 9:26
Ik loop dan alzo, niet als op het onzekere; ik kamp alzo, niet als de lucht slaande;
1 KorinthiŽrs 14:9
Alzo ook gijlieden, indien gij niet door de taal een duidelijke rede geeft,
hoe zal verstaan worden hetgeen gesproken wordt? Want gij zult zijn als die in de lucht spreekt.
EfeziŽrs 2:2
In welke gij eertijds gewandeld hebt,
naar de eeuw dezer wereld,
naar den overste van de macht der lucht,
van den geest, die nu werkt in de kinderen zonen der ongehoorzaamheid;
1 Thessalonicensen 4:17
Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken,
den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen.
Openbaring 9:2
En zij heeft den put des afgronds geopend; en er is rook opgegaan uit den put, als rook eens groten ovens;
en de zon en de lucht is verduisterd geworden van den rook des puts.
Openbaring 16:17
En de zevende engel goot zijn fiool uit in de lucht;
en er kwam een grote stem uit den tempel des hemels, van den troon, zeggende:
Het is geschied.
Ano, G507, 9x = boven of aan de bovenzijde   ,bijwoord van Anti, G473
Joh 2:7
Jezus zeide tot hen: Vult de watervaten met water. En zij vulden ze tot boven toe.
Joh 8:23
En Hij zeide tot hen: Gijlieden zijt van beneden, Ik ben van boven;
gij zijt uit deze wereld, Ik ben niet uit deze wereld.
Joh 11:41
Zij namen dan den steen weg, waar de gestorvene lag.
En Jezus hief de ogen opwaarts, en zeide: Vader, Ik dank U, dat Gij Mij gehoord hebt.
Hand 2:19
En Ik zal wonderen geven in den hemel boven,
en tekenen op de aarde beneden, bloed en vuur, en rookdamp.
Galaten 4:26
Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder.

Filipp 3:14
jaag ik naar het wit, tot den prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus.
Kol 3:1,2
Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn,
waar Christus is, zittende aan de rechter [hand] Gods.
Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Hebr 12:15
Toeziende, dat niet iemand verachtere van de genade Gods;
dat niet enige wortel der bitterheid, opwaarts spruitende,
beroerte make en door dezelve velen ontreinigd worden.