Logon, G3051, 4x vetgroen geeft een flip-over
Een uiting (van God).
Handelingen 7:38
Deze is het, die in de vergadering des volks in de woestijn was met den Engel,
Die tot hem sprak op den berg SinaÔ, en met onze vaderen;
welke de levende woorden ontving, om ons die te geven.
Romeinen 3:2
Vele in alle manier; want dit is wel het eerste, dat hun de Woorden Gods zijn toebetrouwd.
HebreeŽn 5:12
Want gij, daar gij leraars behoordet te zijn vanwege den tijd,
hebt wederom van node, dat men u lere,
welke de eerste beginselen zijn der woorden Gods; en
gij zijt geworden, als die melk van node hebben, en niet vaste spijze.
1 Petrus 4:11
Indien iemand spreekt, die spreke als de woorden Gods;....
Logikos, G3050, 2x = rationeel ("logisch").n
Romeinen 12:1
Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende,
heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst.
1 Petrus 2:2
En, als kinderkens kinderkens, zijt zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk,
opdat gij door dezelve moogt opwassen;
Alogos, G249, 3x = irrationeel, onredelijk, redeloos
Handelingen 25:27
Want het dunkt mij tegen rede, een gevangene te zenden,
en niet ook de beschuldigingen, die tegen hem zijn, te kennen te geven.
2 Petrus 2:12
Maar deze, als onredelijke dieren, die de natuur volgen,
en voortgebracht zijn om gevangen en gedood te worden, dewijl zij lasteren,
hetgeen zij niet verstaan, zullen in hun verdorvenheid verdorven worden;
Judas 1:10 Maar dezen, hetgeen zij niet weten, dat lasteren zij; en
hetgeen zij natuurlijk, als de onredelijke dieren, weten, in hetzelve verderven zij zich.
Logos, G3056, 331x in 318 verzen
1. een woord, iets gezegd (inclusief de gedachte).
2. (impliciet) een spreuk of uitdrukking.
3. (bij uitbreiding) een discussie (over een onderwerp).
4. (informeel) een gesprek (een onderwerp). >>>> | zie ook: Rhemaen Gramma
uitleg Bullinger:
  Heer Jezus zei:
ďIk heb hun Uw woord gegevenĒ (Joh 17:14); maar, (v8) ď de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven,Ē.
In het eerste van deze twee verklaringen λογος (logo's, G3056, 331x) wordt gebruikt;
in het laatstgenoemde is ρημα (rhema, G4487, 70x). en het verschil is:
λογος (logos)
in het algemeen: een woord; samengesteld uit letters;
ρημα (rhema),
een uitspraak; samengesteld uit woorden.
Het is opmerkelijk, dat het in dit laatste verband onze Heer spreekt
van alles wat Hij uitte, Hem aan gegeven is door de Vader om te spreken:
hij sprak niets van, of uit, Zichzelf.
Zeven keer wist Hij dit grote  feit te verklaren:
1) ďMijn leer is Mijne niet, maar Desgenen, Die Mij gezonden heeftĒ (Johannes 7:16).
2) ďdeze dingen spreek Ik, gelijk Mijn Vader Mij geleerd heeft.Ē (Johannes 8:28).
3) ďWaarom gelooft gij niet mij? Die uit God is, hoort de woorden GodsĒ (Johannes 8:47).
4) ďIk heb uit Mijzelven niet gesproken; maar de Vader, Die Mij gezonden heeft,
Die heeft Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen zal, en wat Ik spreken zalĒ (Joh. 12:49).
5) ďDe woorden, die Ik tot ulieden spreek, spreek Ik van Mijzelven niet, maar de VaderĒ (Johannes 14:10).
6) ďhet woord dat gijlieden hoort, is het Mijne niet, maar des Vaders, Die Mij gezonden heeftĒ (Johannes 14:24).
7) ďde woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegevenĒ (Johannes 17:8).
o.a MattheŁs 5:32 Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaten zal,
anders dan uit oorzake van hoererij, die maakt, dat zij overspel doet;
en zo wie de verlatene zal trouwen, die doet overspel.
MattheŁs 5:37    (9x)
Maar laat zijn uw woord ja, ja; neen, neen; wat boven deze is, dat is uit den boze.
MattheŁs 7:24   (13x)
Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet,
dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft;
MattheŁs 7:28   (17x)
En het is geschied, als Jezus deze woorden geŽindigd had, dat de scharen zich ontzetten over Zijn leer;
MattheŁs 8:8  (9x)
En de hoofdman over honderd, antwoordende, zeide:
Heere! ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen;
maar spreek alleenlijk ťťn woord, en mijn knecht zal genezen worden.
MattheŁs 8:16   (4x)
En als het laat geworden was, hebben zij velen, van den duivel bezeten, tot Hem gebracht,
en Hij wierp de boze geesten uit met den woorde, en Hij genas allen, die kwalijk gesteld waren;
MattheŁs 10:14   (3x)
En zo iemand u niet zal ontvangen, noch uw woorden horen,
uitgaande uit dat huis of uit dezelve stad, schudt het stof uwer voeten af.
MattheŁs 12:32   (4x)
En zo wie enig woord gesproken zal hebben tegen den Zoon des mensen,
het zal hem vergeven worden;
maar zo wie tegen den Heiligen Geest zal gesproken hebben,
het zal hem niet vergeven worden, noch in deze eeuw, noch in de toekomende.
MattheŁs 12:36  (6x)
Maar Ik zeg u, dat van elk ijdel woord, hetwelk de mensen zullen gesproken hebben,
zij van hetzelve zullen rekenschap geven in den dag des oordeels.
MattheŁs 13:19 
Als iemand dat Woord des Koninkrijks hoort, en niet verstaat, zo komt de boze, en rukt weg, hetgeen in zijn hart gezaaid was; deze is degene, die bij den weg bezaaid is.
MattheŁs 13:20    (125x)
Maar die in steenachtige plaatsen bezaaid is,
deze is degene, die het Woord hoort, en dat terstond met vreugde ontvangt;
MattheŁs 15:12   (17x)
Toen kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden tot Hem:
Weet Gij wel, dat de FarizeŽn deze rede horende, geŽrgerd zijn geweest?
MattheŁs 18:23   (4x)
Daarom wordt het Koninkrijk der hemelen vergeleken bij een zeker koning,
die rekening met zijn dienstknechten houden wilde.
MattheŁs 19:11
Doch Hij zeide tot hen: Allen vatten dit woord niet, maar dien het gegeven is.
MattheŁs 19:22; Marcus 10:22
Als nu de jongeling dit woord hoorde, ging hij bedroefd weg; want hij had vele goederen.
MattheŁs 28:15
En zij, het geld genomen hebbende, deden, gelijk zij geleerd waren.
En dit woord is verbreid geworden bij de Joden tot op den huidigen dag.
Marcus 1:45
Maar hij uitgegaan zijnde, begon vele dingen te verkondigen,
en dat woord te verbreiden,
alzo dat Hij niet meer openbaar in de stad kon komen,
maar was buiten in de woeste plaatsen; en zij kwamen tot Hem van alle kanten.
Marcus 4:14
De zaaier is, die het Woord zaait.
Marcus 4:33
En door vele zulke gelijkenissen sprak Hij tot hen het Woord, naardat zij het horen konden.
Marcus 5:36
En Jezus, terstond gehoord hebbende het woord, dat er gesproken werd,
zeide tot den overste der synagoge: Vrees niet; geloof alleenlijk.
Marcus 7:13
Makende alzo Gods woord krachteloos
door uw inzetting, die gij ingezet hebt; en vele dergelijke dingen doet gij.
Marcus 11:29; Lukas 20:3
Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hen:
Ik zal u ook een woord vragen; antwoordt Mij ook,
en zo zal Ik u zeggen, door wat macht Ik deze dingen doe:
Marcus 16:20
En zij, uitgegaan zijnde, predikten overal,
en de Heere wrocht mede,
en bevestigde het Woord door tekenen, die daarop volgden. Amen.
Lukas 1:4
Opdat gij moogt kennen de zekerheid der dingen, waarvan gij onderwezen zijt.
Lukas 1:29
En als zij hem zag, werd zij zeer ontroerd over dit zijn woord,
en overleide, hoedanig deze groetenis mocht zijn.
Lukas 4:32
En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.
Lukas 4:36
En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkander, zeggende:
Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit?
Lukas 5:1
En het geschiedde, als de schare op Hem aandrong, om het Woord Gods te horen,
dat Hij stond bij het meer Gennesareth.
Lukas 5:15
Maar het gerucht van Hem ging te meer voort;
en vele scharen kwamen samen om Hem te horen,
en door Hem genezen te worden van hun krankheden.
Lukas 7:17
En dit gerucht van Hem ging uit in geheel Judea, en in al het omliggende land.
Lukas 8:12
En die bij den weg bezaaid worden, zijn dezen, die horen; daarna komt de duivel,
en neemt het Woord uit hun hart weg, opdat zij niet zouden geloven, en alig worden.
Lukas 8:21
Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Mijn moeder en Mijn broeders zijn dezen,
die Gods Woord horen, en datzelve doen.
Lukas 10:39
En deze had een zuster, genaamd Maria, welke ook, zittende aan de voeten van Jezus, Zijn woord hoorde.
Lukas 11:28
Maar Hij zeide: Ja, alig zijn degenen, die het Woord Gods horen, en hetzelve bewaren.
Lukas 22:61
En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan; en Petrus werd indachtig het woord des Heeren,
hoe Hij hem gezegd had: Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen.
Johannes 1:1
In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.  zie ook >>>
Johannes 4:37
Want hierin is die spreuk waarachtig: Een ander is het, die zaait, en een ander, die maait.
Johannes 4:50    (125x)
Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw zoon leeft.
En de mens geloofde het woord, dat Jezus tot hem zeide, en ging heen.
Johannes 5:24; Johannes 8:50; Johannes 8:51; Johannes 8:52
Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort,
en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven,
en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven.
Johannes 8:37
Ik weet, dat gij Abrahams zaad zijt; maar gij zoekt Mij te doden; want Mijn woord heeft in u geen plaats.
Johannes 8:43
Waarom kent gij Mijn spraak niet? Het is, omdat gij Mijn woord niet kunt horen.
Johannes 12:48
Die Mij verwerpt, en Mijn woorden niet ontvangt, heeft, die hem oordeelt; het woord,
dat Ik gesproken heb, dat zal hem oordelen ten laatsten dage.
Johannes 15:3
Gijlieden zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb.
Johannes 15:25  (6x)
Maar dit geschiedt, opdat het woord vervuld worde, dat in hun wet geschreven is: Zij hebben mij zonder oorzaak gehaat.
Johannes 17:14
Ik heb hun Uw woord gegeven; en de wereld heeft ze gehaat, omdat zij van de wereld niet zijn, gelijk als Ik van de wereld niet ben.
Johannes 17:17
Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.
Johannes 17:20
En ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen.
Johannes 21:23
Dit woord dan ging uit onder de broederen, dat deze discipel niet zou sterven. En
Jezus had tot hem niet gezegd,
dat hij niet sterven zou,
maar: Indien Ik wil, dat hij blijve, totdat Ik kome, wat gaat het u aan?
Handelingen 1:1
Het eerste boek heb ik gemaakt,
o Theofilus, van al hetgeen Jezus begonnen heeft beide te doen en te leren;
Handelingen 2:41
Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt;
en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drie duizend zielen.
Handelingen 4:29
En nu dan, Heere, zie op hun dreigingen,
en geef Uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid Uw woord te spreken;
Handelingen 4:31
En als zij gebeden hadden, werd de plaats, in welke zij vergaderd waren, bewogen.
en zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest,
en spraken het Woord Gods met vrijmoedigheid.     zie ook >>>
Handelingen 5:24
Toen nu de hoge priester en de hoofdman des tempels, en de overpriesters deze woorden hoorden,
werden zij twijfelmoedig over hen, wat toch dit worden zou.
Handelingen 6:7; Handelingen 13:5; Handelingen 13:49
En het woord Gods wies, en het getal der discipelen vermenigvuldigde te Jeruzalem zeer;
en een grote schare der priesteren werd den gelove gehoorzaam.
Handelingen 7:22
En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren;
en was machtig in woorden en in werken.
Handelingen 8:21
Gij hebt geen deel noch lot in dit woord: want uw hart is niet recht voor God.
Handelingen 10:44
Als Petrus nog deze woorden sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het Woord hoorden.
Handelingen 11:22
En het gerucht van hen kwam tot de oren der Gemeente,
die te Jeruzalem was; en zij zonden Barnabas uit, dat hij het land doorging tot AntiochiŽ toe.
Handelingen 13:46    (125x)
Maar Paulus en Barnabas, vrijmoedigheid gebruikende, zeiden:
Het was nodig, dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden;
doch nademaal gij hetzelve verstoot, en
uzelven des eeuwigen levens niet waardig oordeelt, ziet, wij keren ons tot de heidenen.
Handelingen 14:12
En zij noemden Barnabas Jupiter, en Paulus Mercurius, omdat hij het woord voerde.
Handelingen 15:6
En de apostelen en de ouderlingen vergaderden te zamen, om op deze zaak te letten.
Handelingen 15:15
En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven is:
Handelingen 15:24
Nademaal wij gehoord hebben, dat sommigen, die van ons uitgegaan zijn,
u met woorden ontroerd hebben en uw zielen wankelende gemaakt, zeggende,
dat gij moet besneden worden, en de wet onderhouden; welken wij dat niet bevolen hadden;
Handelingen 15:27
Wij hebben dan Judas en Silas gezonden,
die ook met den mond door het woord hetzelfde zullen verkondigen.
Handelingen 15:32
Judas nu en Silas, die ook zelven profeten waren,
vermaanden de broeders met vele woorden, en versterkten hen.
Handelingen 16:32
En zij spraken tot hem het woord des Heeren, en tot allen, die in zijn huis waren.
Handelingen 17:11
En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren,
als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften,
of deze dingen alzo waren.
Handelingen 18:14
En als Paulus zijn mond zou opendoen, zeide Gallio tot de Joden:
Zo er enig ongelijk, of kwaad stuk begaan ware,
o Joden, zo zou ik met reden om het woord ulieden verdragen;
Handelingen 18:15
Maar indien er geschil is over een woord, en namen, en over de wet, die onder u is,
zo zult gij zelven toezien; want ik wil over deze dingen geen rechter zijn.
Handelingen 19:38
Indien dan nu Demetrius, en die met hem van de kunst zijn,
tegen iemand enige zaak hebben, de rechtsdagen worden gehouden,
en er zijn stadhouders; laat hen elkander verklagen.
Handelingen 19:40
Want wij staan in gevaar, dat wij van oproer zullen verklaagd worden om den dag van heden,
alzo er geen oorzaak is, waardoor wij reden zullen kunnen geven van dezen oploop.
Handelingen 20:2
En als hij die delen doorgereisd, en hen met vele redenen vermaand had, kwam hij in Griekenland.
Handelingen 22:22
Zij hoorden hem nu tot dit woord toe; en zij verhieven hun stem, zeggende:
Weg van de aarde met zulk een, want het is niet behoorlijk, dat hij leve.
Handelingen 20:24
Maar ik acht op geen ding, noch houde mijn leven dierbaar voor mijzelven,
opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst,
welken ik, van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods.
Romeinen 3:4
Dat zij verre. Doch God zij waarachtig,
maar alle mens leugenachtig; gelijk als geschreven is:
Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in Uw woorden, en overwint, wanneer Gij oordeelt.
Romeinen 9:6
Doch ik zeg dit niet, alsof het woord Gods ware uitgevallen; want die zijn niet allen IsraŽl, die uit IsraŽl zijn.
Romeinen 9:9
Want dit is het woord der beloftenis: Omtrent dezen tijd zal Ik komen, en Sara zal een zoon hebben
Romeinen 9:28
want Hij voleindt een zaak en snijdt ze af in rechtvaardigheid;
want de Heere zal een afgesneden zaak doen op de aarde.
Romeinen 13:9
Want dit: Gij zult geen overspel doen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen,
gij zult geen vvalselse getuigenis geven, gij zult niet begeren; en zo er enig ander gebod is,
wordt in dit woord als in een hoofdsom begrepen, namelijk in dit:
Gij zult uw naaste liefhebbegelijk uzelven.
Romeinen 15:18
Want ik zou niet durven iets zeggen, hetwelk Christus door mij niet gewrocht heeft,
tot gehoorzaamheid der heidenen, met woorden en werken;
1 KorinthiŽrs 1:5     (17x)
Dat gij in alles rijk zijt geworden in Hem, in alle rede en alle kennis;
1 KorinthiŽrs 1:17-18
Want Christus heeft mij
niet gezonden, om te dopen,
maar om het Evangelie te verkondigen;
niet met wijsheid van woorden,
opdat het kruis van Christus
niet verijdeld worde.
Want het woord des kruises is wel dengenen,
die verloren gaan,
dwaasheid;
maar ons,
die behouden worden,
is het een kracht Gods;
1 KorinthiŽrs 4:20
Want het Koninkrijk Gods is niet gelegen in woorden, maar in kracht.
1 KorinthiŽrs 12:8
Want dezen wordt
door den Geest gegeven het woord der wijsheid,
en een ander het woord der kennis,
door denzelfden Geest;
1 KorinthiŽrs 14:36
Is het Woord Gods van u uitgegaan? Of is het tot u alleen gekomen?
1 KorinthiŽrs 15:2
Door hetwelk gij ook alig wordt,
indien gij het woord behoudt op zodanige wijze, als ik het u verkondigd heb;
tenzij dan dat gij tevergeefs geloofd hebt.
2 KorinthiŽrs 1:18
Doch God is getrouw, dat ons woord, hetwelk tot u is geschied, niet is geweest ja en neen.
2 KorinthiŽrs 2:17    (125x)
Want wij dragen niet, gelijk velen, het Woord Gods te koop,
maar als uit oprechtheid,
maar als uit God, in de tegenwoordigheid Gods, spreken wij het in Christus.
2 KorinthiŽrs 5:19
Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende,
hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd.
2 KorinthiŽrs 8:7
Zo dan, gelijk gij in alles overvloedig zijt,
in geloof, en
in woord, en
in kennis, en
in alle naarstigheid, en
in uw liefde tot ons, ziet,
dat gij ook in deze gave overvloedig zijt.
Galaten 5:14
Want de gehele wet wordt in een woord vervuld,
namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben, gelijk uzelven.
Galaten 6:6
En die onderwezen wordt in het Woord, dele mede van alle goederen dengene, die hem onderwijst.
EfeziŽrs 1:13
In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid,
namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt;
in Welken gij ook,
nadat gij geloofd hebt,
zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte;
EfeziŽrs 5:6
Dat u niemand verleide met ijdele woorden;
want om deze dingen komt de toorn Gods over de kinderen zonen der ongehoorzaamheid.
EfeziŽrs 6:19
En voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid,
om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken;
Filippensen 1:14
En dat het meerder deel der broederen in den Heere,
door mijn banden vertrouwen gekregen hebbende,
overvloediger het Woord onbevreesd durven spreken.
Filippensen 2:16
voorhoudende het woord des levens, mij tot een roem tegen den dag van Christus,
dat ik niet tevergeefs heb gelopen noch tevergeefs gearbeid.
Filippensen 4:15   (4x)
En ook gij, Filippensen, weet, dat in het begin des Evangelies,
toen ik van MacedoniŽ vertrokken ben,
geen Gemeente mij iets medegedeeld heeft tot rekening van uitgaaf en ontvangst, dan gij alleen.
Filippensen 4:17
Niet dat ik de gave zoek, maar ik zoek de vrucht, die overvloedig is tot uw rekening.
Kolossensen 1:5
Om de hoop, die u weggelegd is in de hemelen, van welke gij te voren gehoord hebt,
door het Woord der waarheid, namelijk des Evangelies;
Kolossensen 1:25
Welker dienaar ik geworden ben, naar de bedeling van God,
die mij gegeven is aan u, om te vervullen het Woord Gods;
Kolossensen 3:16
Het woord van Christus wone rijkelijk in u, in alle wijsheid; leert en vermaant elkander,
Kolossensen 4:6
Uw woord zij te allen tijde in aangenaamheid, met zout besprengd,
opdat gij moogt weten, hoe gij een iegelijk moet antwoorden.
1 Thessalonicensen 1:5
Want ons Evangelie is onder u
niet alleen
in woorden geweest,
maar ook
in kracht, en
in den Heiligen Geest, en
in vele verzekerdheid; gelijk gij weet,
hoedanigen wij onder u geweest zijn om uwentwil
1 Thessalonicensen 2:5
Want wij hebben nooit met pluimstrijkende woorden omgegaan,
gelijk gij weet, noch met enig bedeksel van gierigheid; God is getuige!
1 Thessalonicensen 2:13
Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als
gij het Woord der prediking van God van ons ontvangen hebt,
gij dat aangenomen hebt, niet als der mensen woord,
maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord, dat ook werkt in u, die gelooft.
1 Thessalonicensen 4:15
Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren,
dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren,
niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn.
1 Thessalonicensen 4:18
Zo dan, vertroost elkander met deze woorden.
2 Thessalonicensen 2:15
Zo dan, broeders, staat vast en houdt de inzettingen, die u geleerd zijn,
hetzij door ons woord,
hetzij door onzen zendbrief.
2 Thessalonicensen 3:14
Maar indien iemand ons woord, door dezen brief geschreven, niet gehoorzaam is,
tekent dien; en vermengt u niet met hem, opdat hij beschaamd worde;
1 TimotheŁs 1:15
Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig,
dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken,
van welke ik de voornaamste ben.
1 TimotheŁs 4:5
Want het wordt geheiligd door het Woord van God, en door het gebed.
1 TimotheŁs 4:6
Als gij deze dingen den broederen voorstelt,
zo zult gij een goed dienaar van Jezus Christus zijn,
opgevoed in de woorden des geloofs en der goede leer,
welke gij achtervolgd hebt.
1 TimotheŁs 4:9
Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig.
1 TimotheŁs 5:17
Dat de ouderlingen, die wel regeren, dubbele eer waardig geacht worden,
voornamelijk die arbeiden in het Woord en de leer.
2 TimotheŁs 2:9
Om hetwelk ik verdrukkingen lijde tot de banden toe, als een kwaaddoener;
maar het Woord Gods is niet gebonden.
2 TimotheŁs 2:15
Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen,
een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt.
2 TimotheŁs 4:2
Predik het woord; houd aan tijdelijk, ontijdelijk;
wederleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer.
Titus 1:3
Namelijk Zijn Woord, door de prediking, die mij toebetrouwd is,
naar het bevel van God, onze Zaligmaker; aan Titus, mijn oprechten zoon, naar het gemeen geloof:
Titus 1:9
Die vasthoudt aan het getrouwe woord, dat naar de leer is,
opdat hij machtig zij, beide
om te vermanen door de gezonde leer, en
om de tegensprekers te wederleggen.
Titus 2:5
Matig te zijn, kuis te zijn, het huis te bewaren, goed te zijn, haar eigen mannen onderdanig te zijn,
opdat het Woord Gods niet gelasterd worde.
Titus 2:8   (125x)
Het woord gezond en onverwerpelijk,
opdat degene, die daartegen is, beschaamd worde, en niets kwaads hebbe van ulieden te zeggen.
HebreeŽn 4:12-14
Want het Woord Gods is
1. levend en
2. krachtig, en
3. scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en
4. gaat door tot de verdeling der ziel,
en des geestes, en der samenvoegselen,
en des mergs, en is
5. een oordeler der gedachten
en der overleggingen des harten. 13 En er is
6. geen schepsel onzichtbaar voor Hem;
maar alle dingen zijn naakt en geopend
voor de ogen Desgenen,
7. met Welken wij te doen hebben.     zie ook >>>
Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben,
Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zoon van God,
zo laat ons deze belijdenis vasthouden.
HebreeŽn 5:11
Van Denwelken wij hebben vele dingen, en zwaar om te verklaren, te zeggen,
dewijl gij traag om te horen geworden zijt.
HebreeŽn 5:13
Want een iegelijk, die der melk deelachtig is,
die is onervaren in het woord der gerechtigheid; want hij is een kind.
HebreeŽn 6:1
Daarom, nalatende het beginsel der leer van Christus,
laat ons tot de volmaaktheid voortvaren;
niet wederom leggende het fondament
van de bekering van dode werken, en
van het geloof in God,
HebreeŽn 7:28
Want de wet stelt tot hogepriesters mensen, die zwakheid hebben;
maar het woord der eedzwering, die na de wet is gevolgd,
stelt den Zoon, Die in der eeuwigheid geheiligd is.
HebreeŽn 12:19
En tot het geklank der bazuin, en de stem der woorden;
welke die ze hoorden, baden, dat het woord tot hen niet meer zou gedaan worden.
HebreeŽn 13:7
Gedenkt uwer voorgangeren, die u het Woord Gods gesproken hebben; en volgt hun geloof na,
aanschouwende de uitkomst hunner wandeling.
HebreeŽn 13:17   (6x)
Zijt uw voorgangeren gehoorzaam, en zijt hun onderdanig;
want zij waken voor uw zielen, als die rekenschap geven zullen;
opdat zij dat doen mogen met vreugde en niet al zuchtende;
want dat is u niet nuttig.
HebreeŽn 13:22
Doch ik bid u, broeders, verdraagt het woord dezer vermaning; want ik heb u in het kort geschreven.
Jakobus 1:18
Naar Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord der waarheid,
opdat wij zouden zijn als eerstelingen Zijner schepselen.
Jakobus 3:2
Want wij struikelen allen in vele. Indien iemand in woorden niet struikelt,
die is een volmaakt man, machtig om ook het gehele lichaam in den toom te houden.
1 Petrus 1:23
Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad,
door het levende en eeuwig blijvende Woord van God.
1 Petrus 2:8
Dengenen namelijk, die zich aan het Woord stoten, ongehoorzaam zijnde, waartoe zij ook gezet zijn.
1 Petrus 3:1
Desgelijks gij vrouwen, zijt uw eigenen mannen onderdanig;
opdat ook, zo enigen den Woorde ongehoorzaam zijn,
zij door den wandel der vrouwen zonder Woord mogen gewonnen worden;
1 Petrus 3:15
Maar heiligt God, den Heere, in uw harten; en zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk,
die u rekenschap afeist van de hoop, die in u is, met zachtmoedigheid en vreze.
1 Petrus 4:5
Dewelke zullen rekenschap geven Dengene, Die bereid staat om te oordelen de levenden en de doden.
1 Petrus 5:12
Door Silvanus, die u een getrouw broeder is,
zo ik acht, heb ik met weinige woorden geschreven,
vermanende en betuigende, dat deze is de waarachtige genade Gods, in welke gij staat.
2 Petrus 1:19
En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt,
als op een licht, schijnende in een duistere plaats,
totdat de dag aanlichte, en de Morgenster opga in uw harten.
2 Petrus 2:3
En zij zullen door gierigheid, met gemaakte woorden, van u een koopmanschap maken;
over welke het oordeel van over lang niet ledig is, en hun verderf sluimert niet.
2 Petrus 3:5
Want willens is dit hun onbekend, dat door het woord Gods de hemelen van over lang geweest zijn,
en de aarde uit het water en in het water bestaande;
2 Petrus 3:7
Maar de hemelen, die nu zijn, en de aarde, zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd,
en worden ten vure bewaard tegen den dag des oordeels, en der verderving der goddeloze mensen.
1 Johannes 1:1
Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze ogen,
hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben, van het Woord des levens;
1 Johannes 1:10
Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben,
zo maken wij Hem tot een leugenaar, en Zijn woord is niet in ons.
1 Johannes 2:5
Maar zo wie Zijn Woord bewaart, in dien is waarlijk de liefde Gods volmaakt geworden;
hieraan kennen wij, dat wij in Hem zijn.
1 Johannes 2:7
Broeders! Ik schrijf u geen nieuw gebod, maar een oud gebod, dat gij van den beginne gehad hebt;
dit oud gebod is het woord, dat gij van den beginne gehoord hebt.
1 Johannes 2:14
Ik heb u geschreven, vaders, want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is. Ik heb u geschreven,
jongelingen, want gij zijt sterk, en het Woord Gods blijft in u, en gij hebt den boze overwonnen.
1 Johannes 5:7
Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel,
de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een.
3 Johannes 1:10
Daarom, indien ik kom, zo zal ik in gedachtenis brengen zijn werken, die hij doet,
met boze woorden snaterende tegen ons; en hiermede niet vergenoegd zijnde,
zo ontvangt hij zelf de broeders niet, en verhindert degenen,
die het willen doen, en werpt ze uit de Gemeente.
Judas 1:15
Om gericht te houden tegen allen, en te straffen alle goddelozen onder hen,
vanwege al hun goddeloze werken, die zij goddelooslijk gedaan hebben, en
vanwege al de harde woorden, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.
Openbaring 1:2
Dewelke het woord Gods betuigd heeft,
en de getuigenis van Jezus Christus,
en al wat hij gezien heeft.
Openbaring 1:3
alig is hij, die leest, en zijn zij,
die horen de woorden dezer profetie, en
die bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is; want de tijd is nabij.
Openbaring 1:9
Ik, Johannes, die ook uw broeder ben,
en medegenoot in de verdrukking,
en in het Koninkrijk,
en in de lijdzaamheid van Jezus Christus,
was op het eiland, genaamd Patmos,
om het Woord Gods, en
om de getuigenis van Jezus Christus.
Openbaring 3:8
Ik weet uw werken; zie, Ik heb een geopende deur voor u gegeven, en niemand kan die sluiten;
want gij hebt kleine kracht, en gij hebt Mijn woord bewaard, en hebt Mijn Naam niet verloochend.
Openbaring 3:10
Omdat gij het woord Mijner lijdzaamheid bewaard hebt,
zo zal Ik ook u bewaren uit de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal,
om te verzoeken, die op de aarde wonen.
Openbaring 6:9
En toen Het het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen dergenen,
die gedood waren om het Woord Gods, en om de getuigenis, die zij hadden.
Openbaring 12:11
En zij hebben hem overwonnen door het bloed des Lams, en door het woord hunner getuigenis,
en zij hebben hun leven niet liefgehad tot den dood toe.
Openbaring 19:9
En hij zeide tot mij: Schrijf, alig zijn zij,
die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft des Lams.
En hij zeide tot mij: Deze zijn de waarachtige woorden Gods.
Openbaring 19:13
En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed geverfd was;
en Zijn naam wordt genoemd het Woord Gods.
Openbaring 20:4
En ik zag tronen, en zij zaten op dezelve; en het oordeel werd hun gegeven;
en ik zag de zielen dergenen, die onthoofd waren
om de getuigenis van Jezus, en
om het Woord Gods,
en die het beest, en deszelfs beeld niet aangebeden hadden,
en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand;
en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren.
Openbaring 21:5
En Die op den troon zat, zeide: Ziet, Ik maak alle dingen nieuw.
En Hij zeide tot mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en getrouw.
Openbaring 22:6
En hij zeide tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig;
en de Heere, de God der heilige profeten, heeft Zijn engel gezonden,
om Zijn dienstknechten te tonen, hetgeen haast moet geschieden.
Openbaring 22:7
Zie, Ik kom haastiglijk zalig is hij, die de woorden der profetie dezes boeks bewaart.
Openbaring 22:9
En hij zeide tot mij: Zie, dat gij het niet doet; want ik ben uw mededienstknecht,
en uwer broederen, der profeten, en dergenen, die de woorden dezes boeks bewaren; aanbid God.
Openbaring 22:10
En hij zeide tot mij: Verzegel de woorden der profetie dezes boeks niet; want de tijd is nabij.
Openbaring 22:18-19
Want ik betuig aan een iegelijk, die de woorden der profetie dezes boeks hoort:
Indien iemand tot deze dingen toedoet,
God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn.En
indien iemand afdoet van de woorden des boeks dezer profetie,
God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens,
en uit de heilige stad,
en uit hetgeen in dit boek geschreven is.
5. (dus) een zaak.
6. (ook) een redenering (van de mentale faculteit).
7. (dus) een reden (een motief).
8. (negatief) een rationalisatie (plausibele redenering op een foutief uitgangspunt).
9. (door verdere uitbreiding) een berekening of een account (als boekhouding van).
10. (dus) een afrekening van een inventaris (zoals opgeroepen tot rekening).
11. (van het stellen van) een vraag
12. (#1), het "Woord van God" (gekapitaliseerd),
de Goddelijke Uitdrukking, de Schepper, het Woord van Yahweh
de Gezalfde, ofwel pre- of post-incarnatie,
wanneer Jezus niet belichaamd is in de toestand van het oude vlees van aardmensen,
die in de nederige staat van hun bestaan,
​​bestaand afhankelijk zijn van Heilige Geest, zie Joh 1:1-14; Fili 2:6-11
13. (#2) het "heilige woord" van god
als de heilige geschriften van het oude testament
14. (#3) het "verlossingswoord" van God
als volledige raad en instructie van het goede nieuws van verlossing
door vertrouwen in Jezus de Gezalfde, onze Verlosser en
eeuwige Hogepriester, niet alleen in de aankondiging.
15. (#4) het "Woord van God" en "woord van God"
de drie verweven betekenissen daarvan kunnen verwijzen naar
enkele gelijktijdige (en onafscheidelijk) contexten die leiden tot een opzettelijke
dubbele of drievoudige uitleg;
Hebr. 4:12-14 moet worden begrepen: 12, 14 en 13, in die volgorde van prioriteit.
16. (#5) het "woord"
wordt vaak gebruikt als een verkorte vorm van "het woord van God"
in het Nieuwe Testament, met inachtneming van deze
voorafgaande contexten / begrippen, zie Hand 4:29; 4:31.
17. (#6) het "verlossende woord"
is de duidelijke en leerzame mededeling van de beloofde verlossing
met bronnen, waaronder oudtestamentische passages uit de Tora-wet, de Heilige Profeten en de Psalmen, en
in het hele Nieuwe Testament:
de engelen bij de geboorte van Jezus,
Johannes de Doper,
Jezus, onze glorieuze verlosser,
de eerste ambassadeurs (apostelen) die ooggetuigen van deze dingen waren,
met inbegrip van Paul als een Ďontijdigí geborene, en
Marcus en Lucas, en
door de continu actieve bediening van de beloofde Heilige Geest,
die ons
denken doet aan, en
begeleidt ons
in deze eeuwige zaken