Rhema, G4487, 70x in 67 verzen
1. een uitspraak, een woorden stroom (Individueel, collectief of speciaal).
2. (impliciet) een kwestie of onderwerp.
3. (vooral) van vertelling, bevel of geschil.| zie ook: Logos en Gramma
uitleg Bullinger:
  Heer Jezus zei:
“Ik heb hun Uw woord gegeven” (Joh 17:14); maar, (v8) “ de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven,”.
In het eerste van deze twee verklaringen λογος (logo's, G3056, 331x) wordt gebruikt;
in het laatstgenoemde is ρημα (rhema, G4487, 70x). en het verschil is:
λογος (logos)
in het algemeen: een woord; samengesteld uit letters;
ρημα (rhema),
een uitspraak; samengesteld uit woorden.
Het is opmerkelijk, dat het in dit laatste verband onze Heer spreekt
van alles wat Hij uitte, Hem aan gegeven is door de Vader om te spreken:
hij sprak niets van, of uit, Zichzelf.
Zeven keer wist Hij dit grote  feit te verklaren:
1) “Mijn leer is Mijne niet, maar Desgenen, Die Mij gezonden heeft” (Johannes 7:16).
2) “deze dingen spreek Ik, gelijk Mijn Vader Mij geleerd heeft.” (Johannes 8:28).
3) “Waarom gelooft gij niet mij? Die uit God is, hoort de woorden Gods” (Johannes 8:47).
4) “Ik heb uit Mijzelven niet gesproken; maar de Vader, Die Mij gezonden heeft,
Die heeft Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen zal, en wat Ik spreken zal” (Joh. 12:49).
5) “De woorden, die Ik tot ulieden spreek, spreek Ik van Mijzelven niet, maar de Vader” (Johannes 14:10).
6) “het woord dat gijlieden hoort, is het Mijne niet, maar des Vaders, Die Mij gezonden heeft” (Johannes 14:24).
7) “de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven” (Johannes 17:8).
Mattheüs 4:4
Doch Hij, antwoordende, zeide: Er is geschreven:
De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat.
Mattheüs 5:11
alig zijt gij, als u de mensen
smaden, en
vervolgen, en
liegende alle kwaad tegen u spreken,
om Mijnentwil.
Mattheüs 12:36
Maar Ik zeg u, dat van elk ijdel woord, hetwelk de mensen zullen gesproken hebben,
zij van hetzelve zullen rekenschap geven in den dag des oordeels.
Mattheüs 18:16
Maar indien hij u niet hoort, zo neem nog een of twee met u;
opdat in den mond van twee of drie getuigen alle woord besta.
Mattheüs 26:75; Marcus 14:72
En terstond kraaide de haan; en Petrus werd indachtig het woord van Jezus,
Die tot hem gezegd had: Eer de haan gekraaid zal hebben,
zult gij Mij driemaal verloochenen. En naar buiten gaande, weende hij bitterlijk.
Mattheüs 27:14
Maar Hij antwoordde hem niet op een enig woord, alzo dat de stadhouder zich zeer verwonderde.
Marcus 9:32
Maar zij verstonden dat woord niet, en zij vreesden Hem te vragen.
Lukas 1:37,38
Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn. 
Schriftwoord
 37 want bij God zal elke
uitspraak niet onmogelijk zijn.
En Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord.
En de engel ging weg van haar.
Lukas 1:65
En er kwam vrees over allen, die rondom hen woonden;
en in het gehele gebergte van Judea werd veel gesproken van al deze dingen.
Lukas 2:15
En het geschiedde, als de engelen van hen weggevaren waren naar den hemel,
dat de herders tot elkander zeiden: Laat ons dan heengaan naar Bethlehem,
en laat ons zien het woord, dat er geschied is, hetwelk de Heere ons heeft verkondigd.
Lukas 2:17
En als zij Het gezien hadden, maakten zij alom bekend het woord, dat hun van dit Kindeken gezegd was.
Lukas 2:29
Nu laat Gij, Heere! Uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord;
Lukas 2:50
En zij verstonden het woord niet, dat Hij tot hen sprak.
Lukas 2:51
En Hij ging met hen af, en kwam te Nazareth, en was hun onderdanig.
En Zijn moeder bewaarde al deze dingen in haar hart.
Lukas 3:2
Onder de hogepriesters Annas en Kajafas, geschiedde het woord Gods tot Johannes,
den zoon van Zacharias, in de woestijn.
Lukas 4:4
En Jezus antwoordde hem, zeggende:
Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.
Lukas 5:5
En Simon antwoordde en zeide tot Hem: Meester, wij hebben den gehelen nacht over gearbeid,
en niet gevangen; doch op Uw woord zal ik het net uitwerpen.
Lukas 7:1
Nadat Hij nu al Zijn woorden voleindigd had, ten aanhore des volks, ging Hij in te Kapernaum.
Lukas 9:45
Maar zij verstonden dit woord niet, en het was voor hen verborgen,
alzo dat zij het niet begrepen; en zij vreesden van dat woord Hem te vragen.
Lukas 18:34
En zij verstonden geen van deze dingen; en dit woord was voor hen verborgen,
en zij verstonden niet, hetgeen gezegd werd.
Lukas 20:26
En zij konden Hem in Zijn woord niet vatten voor het volk;
en zich verwonderende over Zijn antwoord, zwegen zij stil.
Lukas 24:8
En zij werden indachtig Zijner woorden.
Lukas 24:11
En haar woorden schenen voor hen als ijdel geklap, en zij geloofden haar niet.
Johannes 3:34
Want
Dien God gezonden heeft,
Die spreekt de woorden Gods;
want God geeft Hem den Geest niet met mate.
Johannes 5:47
Maar zo gij zijn Schriften niet gelooft, hoe zult gij Mijn woorden geloven?
Johannes 6:63
De Geest is het,
Die levend maakt; het vlees is niet nut.
De woorden, die Ik tot u spreek,
zijn geest en zijn leven.
Johannes 6:68
Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, tot Wien zullen wij heengaan?
Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.
Johannes 8:20
Deze woorden sprak Jezus bij de schatkist, lerende in den tempel;
en niemand greep Hem; want Zijn ure was nog niet gekomen.
Johannes 8:47
Die uit God is, hoort de woorden Gods; daarom hoort gijlieden niet, omdat gij uit God niet zijt.
Johannes 10:19
Er werd dan wederom tweedracht onder de Joden, om dezer woorden wil.
Johannes 10:21
Anderen zeiden: Dit zijn geen woorden eens bezetenen; kan ook de duivel der blinden ogen openen?
Johannes 12:47
En indien iemand Mijn woorden gehoord, en niet geloofd zal hebben,
Ik oordeel hem niet;
want Ik ben niet gekomen, opdat Ik de wereld oordele,
maar opdat Ik de wereld alig make.
Johannes 12:48
Die Mij verwerpt, en Mijn woorden niet ontvangt, heeft,
die hem oordeelt; het woord, dat Ik gesproken heb, dat zal hem oordelen ten laatsten dage.
Johannes 14:10
Gelooft gij niet, dat Ik in den Vader ben, en de Vader in Mij is?
De woorden, die Ik tot ulieden spreek, spreek Ik van Mijzelven niet, maar de Vader,
Die in Mij blijft, Dezelve doet de werken.
Johannes 15:7
Indien gij in Mij blijft, en Mijn woorden in u blijven,
zo wat gij wilt, zult gij begeren, en het zal u geschieden.
Johannes 17:8
Want de woorden,
die Gij Mij gegeven hebt,
heb Ik hun gegeven, en
zij hebben ze ontvangen, en
zij hebben waarlijk bekend,
dat Ik van U uitgegaan ben, en
hebben geloofd,
dat Gij Mij gezonden hebt.
Handelingen 2:14
Maar Petrus, staande met de elven, verhief zijn stem, en sprak tot hen:
Gij Joodse mannen, en gij allen, die te Jeruzalem woont,
dit zij u bekend, en laat mijn woorden tot uw oren ingaan.
Handelingen 5:20
Gaat heen, en staat, en spreekt in den tempel tot het volk al de woorden dezes levens.
Handelingen 5:32
En wij zijn Zijn getuigen van deze woorden; en ook de Heilige Geest,
Welken God gegeven heeft dengenen, die Hem gehoorzaam zijn.
Handelingen 6:11
Toen maakten zij mannen uit, die zeiden:
Wij hebben hem horen spreken lasterlijke woorden tegen Mozes en God.
Handelingen 6:13
En stelden vvalselse getuigen, die zeiden:
Deze mens houdt niet op lasterlijke woorden te spreken tegen deze heilige plaats en de wet.
Handelingen 10:22
En zij zeiden: Cornelius,
een hoofdman over honderd,
een rechtvaardig man,
en vrezende God,
en die goede getuigenis heeft van het ganse volk der Joden,
is door Goddelijke openbaring vermaand van een heiligen engel,
dat hij u zou ontbieden te zijnen huize,
en dat hij van u woorden der zaligheid zou horen.
Handelingen 10:44
Als Petrus nog deze woorden sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het Woord hoorden.
Handelingen 11:14
Die woorden tot u zal spreken, door welke gij zult zalig worden, en al uw huis.
Handelingen 11:16
En ik werd gedachtig aan het woord des Heeren, hoe Hij zeide:
Johannes doopte wel met water,
maar gijlieden zult gedoopt worden met den Heiligen Geest.
Handelingen 13:42
En als de Joden uitgegaan waren uit de synagoge, baden de heidenen,
dat tegen den naasten sabbat hun dezelfde woorden zouden gesproken worden.
Handelingen 16:38
En de stadsdienaars boodschapten deze woorden wederom den hoofdmannen;
en zij werden bevreesd, horende, dat zij Romeinen waren.
Handelingen 26:25
Maar hij zeide: Ik raas niet, machtigste Festus,
maar ik spreek woorden van waarheid en van een gezond verstand;
Handelingen 28:25
En tegen elkander oneens zijnde, scheidden zij; als Paulus dit ene woord gezegd had, namelijk:
Wel heeft de Heilige Geest gesproken door Jesaja, den profeet, tot onze vaderen,.
Romeinen 10:8
Maar wat zegt zij?
Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart.
Dit is het Woord des geloofs, hetwelk wij prediken.
Romeinen 10:17,18
Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord  Gods  van Christus,
Maar ik zeg:
Hebben zij het niet gehoord?
Ja toch, hun geluid is over de gehele aarde uitgegaan,
en hun woorden tot de einden der wereld.
2 Korinthiërs 12:4
Dat hij opgetrokken is geweest in het paradijs,
en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is te spreken.
2 Korinthiërs 13:1
Dit is de derde maal, dat ik tot u kom;
in den mond van twee of drie getuigen zal alle woord bestaan.
Efeziërs 5:26
Opdat Hij haar heiligen zou, haar gereinigd hebbende met het bad des waters door het Woord;
Efeziërs 6:17
En neemt den helm der zaligheid, en het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord.
Hebreeën 1:3
Dewelke, alzo
Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en
het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en
alle dingen draagt door het woord Zijner kracht,
nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft,
is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen;
Hebreeën 6:5
En gesmaakt hebben het goede woord Gods, en de krachten der toekomende eeuw,
Hebreeën 11:3
Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid,
alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden.
Hebreeën 12:19
En tot het geklank der bazuin, en de stem der woorden; welke die ze hoorden, baden,
dat het woord tot hen niet meer zou gedaan worden.
1 Petrus 1:25
Maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid; en dit is het Woord,
dat onder u verkondigd is.
2 Petrus 3:2
Opdat gij gedachtig zijt aan de woorden, die van de heilige profeten te voren gesproken zijn,
en aan ons gebod, die des Heeren en Zaligmakers apostelen zijn;
Judas 1:17
Maar geliefden, gedenkt gij der woorden,
die voorzegd zijn van de apostelen van onzen Heere Jezus Christus;
Openbaring 17:17
Want God heeft hun in hun harten gegeven,
dat zij Zijn mening doen, en
dat zij enerlei mening doen, en
dat zij hun koninkrijk het beest geven,
totdat de woorden Gods voleindigd zullen zijn.