Overzicht Griekse trefwoorden op Bijbeltijdlijn.nl
  1. Akathartos = onrein, onzuiver, duivels.
  2. Amomos = smet-, vlek, fout-, spotloos
  3. Anomos = zonder wet
  4. Anothen = van bovenaf
  5. Anti = evenals  |  de tegenstander pentagram, teken van satan.
  6. Antichrist = de evenals Christus
  7. Apeitheia = Ongeloof (hardnekkig en opstandig).
  8. Apo-katalasso = volledige (uit) verzoening
  9. Apollumi = verloren (volledig)
  10. Apolutrosis = volledige (uit/los) gekocht
  11. Apotithemi = wegdoen, afleggen
  12. Arneomai = tegenstrijdig zijn, loochenen
  13. Astrapto = om te flitsen als bliksem.
  14. Blasphemos = lasteren (vooral tegen God)
  15. Charisma = een genadige schenking of gift
  16. Chrematizo = door God vermaand
  17. Daimonion = een demonisch wezen.
  18. Dei = moeten
  19. Despotes = een absolute heerser
  20. Diabolos = een lasteraar, (speciaal) Satan.
  21. Didaskalia = Instructie, onderwijzen
  22. Dunatos = machtig, mogelijk zijn
  23. Ekklesia = (er)uitgeroepenen
  24. Eklegomai = (er)uit selecteren, uitkiezen
  25. Ekstasis = buiten (het) verstand
  26. Enduo = om- bekleden met kleding.
  27. Energeo = actief zijn. (ergens 'in'werken)
  28. Epainos = verheerlijking, lof, (naar boven)
  29. Epaulis = woonstede
  30. Epignosis = bovenkennis
  31. Epouranios = bovenhemel(se)
  32. Eu'aggelizo = het goed bericht brengen
  33. Euaggelion = Engels: the Gospel
  34. Eusebes = goed eerbiedig (Godszalig(heid)
  35. Gehenna, hel = een vallei bij Jeruzalem
  36. Gramma = schrif, letters
  37. Gnorizo = bekend maken, om te weten
  38. Hades, hel = plaats van overleden zielen.
  39. Hagiasmos = heiligmaking
  40. Hilaskomai = genadig, verzoenen
  1. Hugiaino = gezond (geestelijk)
  2. Kakia = slechtheid, kwaadaardigheid
  3. Kakos = slecht, ziek, stervende
  4. Katallasso = positie veranderen, verzoenen
  5. Katakrima = negatieve uitspraak
  6. Kataraomai = vloeken, verdoemen
  7. Katartizo = volledig (her)vormen
  8. Kratos = machtig krachtig
  9. Kruptos = verborgen, d.w.z. privé.
  10. Ktizo = scheppen
  11. Kuriakos = kerk, gemeente
  12. Logos = het Woord
  13. Musterion = (heils)geheim(enis),
    mysterie, verborgenheid.
  14. Nepios = kind, onvolwassenne
  15. Oikonomia = Administratie
    (van huishouden of goed)
  16. Ouranios = hemel(en)
  17. Paideuo = tuchtigen, onderwijzen
  18. Parabole = gelijkenis
  19. Paristemi = naast staan, presenteren
  20. Parousia = (weder)komst
  21. Pathema = lijden ondergaan
  22. Phaino = naar voren te schijnen
  23. Phroneo = de geest oefenen
  24. Phthonos = slechte/kwade wil
  25. Phusis = natuur(lijke), aard
  26. Porphura = paars, purperen
  27. Rhema = een uitspraak, een woord
  28. Rhuomai = uittrekken, d.w.z. verlossen
  29. Satan = de tegenstander.
  30. Soter = een verlosser / Zaligmaker
  31. Soteria = redding, verlossing
  32. Sunistao = samen stellen
  33. Synagoge = religieuze bijeenkomst
    of gebouw
  34. Teleios = voltooide volledigheid
  35. Theios = Goddelijk(heid)
  36. Tupos = een matrijs, voorbeeld
  37. Xenos = buitenlander/vreemdeling